De wereld brandt

Afspelen

Maatschappelijke waarden dreigen te verschuiven naar een 'Ik Eerst'- gevoel.

De economische en financiële crisis deinde in 2011 verder uit. België blijft voorlopig uit het vizier van de internationale markten, voor zover de regering in de volgende drie jaar een duurzaam budgettair evenwicht weet te vinden. Het lijdt geen twijfel dat de remedie een mix zal zijn van besparingen in de overheidsuitgaven, efficiënte structurele hervormingen en het vinden van nieuwe inkomsten. Het is weinig waarschijnlijk dat de gezondheidszorg hieraan zal ontsnappen. Die voortdurende crisis houdt een drievoudig gevaar in voor ons ziekenhuis.

X

Ten eerste betekenen besparingen in de gezondheidszorg minder inkomsten. Bijvoorbeeld door een verminderde terugbetaling van medische acten of ziekenhuisactiviteiten, waarvan de reële kosten wel jaarlijks toenemen. Maar bijvoorbeeld ook door het dalend aanbod aan klinisch-wetenschappelijke studies gefinancierd vanuit de industrie.

Ten tweede, economische crisissen verminderen de consumptie en dus ook de zorgconsumptie, wat een stagnatie van de medische activiteit en dus van inkomsten voor het ziekenhuis meebrengt. De burger houdt de knip op de beurs en schuift medische zorg daardoor voor zich uit.

Een derde, minder tastbaar effect bevindt zich tussen de oren. Crisis en onrust, nog gevoed door een vaak meedogenloze pers, zorgen er mee voor dat mensen kribbiger, onrustig, ongeduldig en zelfs agressiever zijn. Perceptie wint het van realiteit en genuanceerde dialoog.

Maatschappelijke waarden, zoals tolerantie en sociale solidariteit, die we als verworven zagen, dreigen te verschuiven naar een ′Ik Eerst′-gevoel. En toch blijft het UZ Brussel met rechte rug standhouden te midden van deze maatschappelijke uitdagingen. Wat zijn hiervan de bewijzen?

Het UZ Brussel heeft, na een periode van duidelijke groei, globaal een zekere stabilisatie bereikt. ′Globale stabilisatie′ is echter geen synoniem voor stilstand. U krijgt in dit verslag uittreksels van de talrijke initiatieven die ook in 2011 zijn genomen én gerealiseerd. De resultaten - want daar gaat het uiteindelijk om - mogen gezien worden. Vergelijkend onderzoek met andere ziekenhuizen bevestigt dit, zoals de reputatie-enquête die Test-Aankoop halverwege 2011 liet uitvoeren.

De patiënt is in hoge mate tevreden (UZ Brussel in top-drie), de verwijzende artsen zijn in hoge mate tevreden (UZ Brussel in toptwee), de medewerkers werken in een ′goede′ omgeving (UZ Brussel is Top-Employer), de wetenschappelijke productie (samen met de Faculteit Geneeskunde en Farmacie) neemt verder toe.

Het UZ Brussel is financieel structureel gezond en het bedrijfsresultaat blijft positief. Dit laat toe om met vertrouwen in ons eigen kunnen de toekomst tegemoet te gaan. De terugblik op 2011 stemt ons daarom gelukkig, fier en dankbaar. Want we beseffen heel goed dat het de absolute rijkdom aan medewerkers is die dit alles uiteindelijk waar maakt. We nodigen u uit om dit jaarverslag te doorbladeren en daarbij te bedenken dat achter elk project, elke realisatie, elke tevreden patiënt, mensen staan die hiervoor gezorgd hebben. Dit is dan ook onze belangrijkste waarborg voor de toekomst.

Respéct!

In het nawoord vindt u enkele van onze antwoorden op de – ongetwijfeld talloze - uitdagingen die ons te wachten staan.

Met dit jaarverslag hebben we geen volledigheid betracht, maar we willen u wel een beeld geven van de belangrijkste verwezenlijkingen en evoluties in 2011.

Veel leesgenot.

"Brussel is een merknaam die de andere
universiteiten ons benijden en die zelfs veel
sterker is dan die van België zelf."
Afspelen

Prof. Paul De Knop
op de academische openingszitting 2011
Rector Vrije Universiteit Brussel

Zorg

voor de patiënt

X

Cijfers zeggen niet alles, maar ...

Algemeen gesproken is de activiteitsgraad van het ziekenhuis in 2011 vergelijkbaar met die in 2010. Hier en daar noteren we niettemin enkele uitschieters.

Het UZ Brussel telde in 2011 721 bedden. Iets meer dan 97 % van de patiënten komt uit België. De grootste volgende groepen zijn patiënten uit Italië, Nederland en Frankrijk.

In 2011 werden in totaal 51.601 patiënten gehospitaliseerd (klassieke en daghospitalisaties), of 1,4 % meer dan het jaar voordien. Het aantal geplande klassieke opnames steeg met 6,2 % tot boven de 15.000. Het aantal daghospitalisaties bleef stabiel met 22.669 patiënten.

Het aantal geplande klassieke opnames steeg met 6,2 %

Geplande klassieke opnames

De forse stijging van geplande klassieke opnames wordt vooral gerealiseerd door de diensten pneumologie, abdominale en kinderheelkunde, en de nieuwe diabeteskliniek. Het aantal spoedopnames daalt licht met 1,1 %, maar de spoedgevallendienst – de grootste op één plaats gevestigde spoedgevallendienst van ons land – blijft met 48 % van de patiënten voor een grote doorstroming zorgen naar de andere diensten van het ziekenhuis.

Aantal opnames via de spoedgevallendienst bleef stabiel met 13.880 patiënten

Opname via spoedgevallendienst

Het aantal daghospitalisaties (exclusief miniforfaits) blijft stabiel op 22.669 tegenover 22.673 in 2010. Dit is 43,9 % van het totaal aantal opnames in 2011 (51.601). Een stijging in daghospitalisatie is wel merkbaar binnen specifi eke diensten: pediatrie, keel-, neus- en oorheelkunde, cardiologie, abdominale en kinderheelkunde, en verloskunde en prenatale geneeskunde.
Het aantal raadplegingen (exclusief spoed) stijgt van 274.032 in 2010 naar 277.041 in 2011, een toename van 1,1 %.

X
 

 

 

Aantal raadplegingen steeg licht met 1,1 %

Raadplegingen

In absolute aantallen tekenden de volgende diensten meer raadplegingen op: pediatrie, verloskunde en prenatale geneeskunde, opnieuw de diabeteskliniek, en keel-, neus- en oorheelkunde.
De gemiddelde verblijfsduur blijft zowat gelijk: 6,8 dagen in 2011 tegenover 6,9 dagen in 2010.

Iets meer technische verstrekkingen

Technische verstrekkingen

Het aantal technische verstrekkingen (exclusief operatiekwartier en exclusief klinische biologie) bedroeg 874.625 in 2011. Dit is een lichte stijging van 1,2 % tegenover 2010.

X

Enkele vaststellingen

  • Het aantal high care (chronische en acute) DIALYSES steeg met 7 % van 12.138 naar 12.984 in de dienst nefrologie. Met de 856 dialyses op intensieve geneeskunde erbij, bedraagt de stijging 12,2 %. Het aantal low care dialyses steeg met 2 % van 5.371 naar 5.477 (low care UZ Brussel: -2,9 %, low care antenne in Portaels Vilvoorde: +8,9 %).
  • In de NUCLEAIRE GENEESKUNDE nam het totaal aantal onderzoeken af met 2,7 % van 10.520 naar 10.233. Het aantal PET-onderzoeken daalde met 3,3 % van 3.287 naar 3.178.
  • Het aantal RADIOTHERAPEUTISCHE BEHANDELINGEN steeg met 14,5 % van 1.272 naar 1.457, waarvan 1.110 in het UZ Brussel werden uitgevoerd en 347 in de antenne in het ASZ Aalst.
  • Het aantal RADIOLOGISCHE ONDERZOEKEN daalde met 3,1 % van 181.161 naar 175.504. Het gaat om een daling van de klassieke radiologie (7,9 %) en de CT-onderzoeken (-1,8 %). Het aantal MRI-onderzoeken steeg met 6,7 %, de sector van de angiografie kende een toename met 9,3 % en de echografieën groeiden met 6,4 %.
  • Voor het ZORGPROGRAMMA CARDIALE PATHOLOGIE werden de volgende evoluties vastgesteld: interventionele hartcatheterisaties +1 % (van 1.061 naar 1.072), elektrofysiologische onderzoeken +2,8 % (van 1.038 naar 1.067) en het aantal ingrepen (zonder ballon) +6,6 % (van 304 naar 324).
  • De verstrekkingen FYSISCHE GENEESKUNDE EN REVALIDATIE daalden met 2,3 %.
  • Het aantal BEVALLINGEN steeg met 5,1 % van 2.290 naar 2.406.
  • In het CENTRUM VOOR REPRODUCTIEVE GENEESKUNDE (CRG) nam het aantal pick-ups toe met 4,2 % (van 4.761 naar 4.959). De CRG-activiteiten in Koeweit, in samenwerking met het Royal Hayat Hospital zijn niet in deze cijfers inbegrepen.
  • Het aantal conventiepatiënten in de DIABETESKLINIEK steeg met 15,2 % (van 2.710 naar 3.123).
X

Bruggen bouwen

Bruggen bouwen

Het motto van elk ziekenhuis vandaag is dat de patiënt centraal moet staan in de zorgverstrekking. Het UZ Brussel heeft sinds zijn start in 1977 een enorme ontwikkeling, groei en uitstraling gekend. In 2007, het jaar dat het 30 jaar bestond, is het met een langlopend proces van verandering gestart dat in 2021 moet uitmonden in een totaal vernieuwd ziekenhuis. De voorbije 10 jaar zijn ook de maatschappij, de zorg, de patiënt en de zorgverstrekker op de meest uiteenlopende terreinen veranderd en daar houdt het UZ Brussel terdege rekening mee. Meer nog, het loopt erop vooruit.

Het UZ Brussel loopt vooruit

′Zorgende architectuur′

Het UZ Brussel start met een aantal grote bouwprojecten die het bestaande ziekenhuiscomplex uitbreiden en reorganiseren tot een moderne, logische ziekenhuisomgeving die aan de behoeften voldoet van patiënten én zorgverstrekkers van vandaag en morgen. Het Ruimteplan biedt het ruimtelijk kader voor het uitvoeren van het ZorgStrategisch Plan. In dat ZorgStrategisch Plan, dat in 2009 door de Vlaamse Overheid werd goedgekeurd, omschrijft het UZ Brussel zijn visie en ontwikkelingsstrategie over de zorg, nu en in de toekomst. Uit het Ruimteplan resulteren een aantal concrete bouwprojecten die op basis van het concept ′zorgende architectuur′ het toekomstige UZ Brussel vorm zullen geven. ′Zorgende architectuur′ betekent: zorg voor de patiënt, zorg voor de zorgverstrekker en zorg voor de omgeving. De gehele operatie van bouwprojecten zal opgedeeld worden in twee grote fases: VIPA 1 en VIPA 2. In 2011 werd een aanvraag ingediend bij de Vlaamse overheid voor de subsidiëring van de bouwprojecten van VIPA 1.

X

Het Ruimteplan voorziet 4 grote bouwelementen

  1. Het verdubbelen van de omvang van het bestaande medisch technisch blok
  2. De tijdelijke constructie voor de spoedgevallendienst
  3. Een landmarkgebouw waar administratieve ruimtes gecentraliseerd worden
  4. Een tijdelijke constructie voor het oncologisch centrum

Het Ruimteplan voorziet 4 grote bouwelementen

Via het Ruimteplan werkt het UZ Brussel aan een nog doeltreffendere zorginfrastructuur. Vernieuwing en verbetering zitten echter ook in de organisatie van de zorg zelf. Een sprekend voorbeeld is de nieuwe diabeteskliniek die in 2011 officieel werd geopend.

X

 

Nieuwe diabeteskliniek georganiseerd rond de patiënt

Nieuwe diabeteskliniek georganiseerd rond de patiënt

Eén op 12 Belgen heeft diabetes, of 610.000 Belgen tussen 20 en 79 jaar. Diabetes type 2 neemt wereldwijd, en zeker ook in Brussel als meest kosmopolitische stad in België, epidemische proporties aan. Daarom werd in 2011 in het UZ Brussel de eerste geïntegreerde diabeteskliniek in België geopend. Klassieke diabeteszorg is binnen een ziekenhuis complex en versnipperd. Diabetespatiënten hebben echter meer dan ooit nood aan een op maat gemaakt zorgpad met aandacht voor culturele diversiteit , zeker in Brussel. Quasi alle disciplines met een raakvlak met diabetes werken in de nieuwe diabeteskliniek binnen één nieuwe infrastructuur en organisatie. Door het samenbrengen van alle disciplines, wordt multidisciplinair ′face to face′-overleg mogelijk, expertise verfijnd en onderzoek geoptimaliseerd.

X

Doorlopend doen nieuwe technologieën hun intrede, zowel op het vlak van software als van medische toestellen. Het UZ Brussel houdt daarbij steeds voor ogen dat de technologie voor de patiënt, de zorg en de zorgverstrekker een voelbare verbetering moet betekenen. Twee voorbeelden.

Technologie ten dienste van de patiënt

De eerste ultra low dose (lage dosis) CT-scanner ter wereld

In het UZ Brussel werd in 2011 de eerste ultra low dose CTscanner ter wereld in gebruik genomen. Deze combineert voor het eerst in de medische beeldvorming een adequate beeldkwaliteit met een zeer lage stralingsdosis. Tot voor enkele jaren ging beeldvorming met een CT-scan gepaard met de hoogste stralingsdosissen in de radiologie. Dit was nodig om een correcte diagnose te kunnen stellen. Er moest daarbij altijd een evenwicht worden gezocht tussen beeldkwaliteit en stralingsdosis. Pas recent zijn de computers snel genoeg om daartoe alle patiëntinformatie te verwerken. De dienst radiologie van het UZ Brussel heeft samen met de fabrikant van de ultra low dose CT-scanner mee het onderzoek gevoerd naar lage-dosis CT-beelden. In eerste instantie wordt de low dose scanner gebruikt voor kinderen, jong volwassenen en zwangere vrouwen.

Minder sterfgevallen dankzij Electronic modified Early Warning Score

Het UZ Brussel heeft een elektronisch hulpmiddel ontwikkeld om sneller in te spelen op veranderingen in de vitale functies van patiënten. Dankzij deze software kunnen ernstige complicaties voorspeld worden en kan er tijdig een behandeling gestart worden om deze te vermijden. Het gebruik van deze software kan het aantal overlijdens en complicaties met minstens 10 % doen dalen. Veranderingen in vitale functies worden vaak niet of te laat opgemerkt, de ernst ervan wordt onderschat of de kennis en ervaring ontbreken om adequaat te reageren. Als de waarden van de vitale functies door de arts of verpleegkundige worden ingegeven in het elektronisch patiëntendossier, berekent het programma automatisch een score van 1 tot 6. Hoe hoger die score, hoe sneller de zorgverleners moeten reageren. Er kan hierdoor vaak al gereageerd worden nog voor de patiënt zelf voelt dat er iets fout loopt. Nadat in 2010 de early warning score uitgebreid werd getest op twee verpleegeenheden, werd het gebruik ervan in 2011 ingevoerd in het hele ziekenhuis voor volwassenen.

De eerste ultra low dose (lage dosis) CT-scanner ter wereld
X

Kwaliteitsmanagement en patiëntveiligheid lopen als een rode draad door het beleid van het UZ Brussel. Zowel de patiënt als de zorgverstrekker moeten immers hun verblijf in het ziekenhuis in de meest veilige omstandigheden kunnen doorbrengen met een zo klein mogelijke kans op fouten.

Patiëntveiligheid en kwaliteitszorg

Patiëntveiligheid en kwaliteitszorg

Alle ziekenhuiswerkers zijn rechtstreeks of onrechtstreeks bij patiëntveiligheid betrokken. Niet alleen medische en verpleegkundige zorgverlening moeten veilig gebeuren, ook bij het bereiden van het eten, het toedienen van medicatie, labo-analyses, onderhoud en gebruik van materiaal, afwerken van administratie, ... kunnen vergissingen gebeuren die tot (mogelijke) schade leiden. Daarom is het belangrijk dat iedereen elk type incident kan melden. Het elektronisch meldingsinstrument van VIKA (Vragen-Incidenten-Klachten-Aanbevelingen) is daarom voor iedereen toegankelijk en is onderverdeeld in verschillende categorieën van incidenten. In 2011 werd de bestaande indeling nog uitgebreid met 3 types, nl. medicatieveiligheid, onveilige situaties en andere incidenttypes (algemeen meldingsformulier). Elk incident wordt door een van de aangeduide behandelaars nagekeken en zo nodig worden acties ondernomen om herhaling te voorkomen. Die extra werkbelasting maakt het soms noodzakelijk het aantal behandelaars uit te breiden. In 2011 was dat het geval voor het behandelen van agressiemeldingen, waar meestal personeelsleden bij betrokken zijn.

De leden van het VIKA-comité sturen het systeem en voeren campagnes om het gebruik te stimuleren. Hoe meer incidenten gemeld worden, hoe meer preventie mogelijk is. Tijdens de ′14-daagse van de patiëntveiligheid′ in november 2011 werd voor de vijfde maal een informatieprogramma georganiseerd. Deze activiteit werd aangevuld met het pilootproject ′veiligheidsrondes′. Beleidsverantwoordelijken gaan tijdens zo een ronde op de verpleegeenheden kijken of de bestaande veiligheidsprocedures (bijv. het dragen van het identiteitsbandje of het wassen van de handen) worden nageleefd. De toepassing is ziekenhuisbreed en dus departementsoverschrijdend. De reacties op de verpleegeenheden waren overwegend positief. In 2012 krijgen de veiligheidsrondes vaste vorm. Verpleegeenheden zullen twee keer per jaar bezocht worden, de andere diensten één keer.

X

 

Ook de safe-surgery checklist werd in 2011 geïntroduceerd. Aan de hand van een checklist, die elektronisch beschikbaar is, moeten de anesthesist, de verpleegkundige en de chirurg uitdrukkelijk, vóór elke ingreep, een aantal gegevens controleren zoals de identiteit van de patiënt, de aanwezigheid van het materiaal en de juiste operatiezone.

Er werden in 2011 ook geregeld informatiecampagnes georganiseerd

Vanuit dezelfde zorgzaamheid werd in 2010 al bloedtracing ingevoerd. Het volledige traject, van bestellen tot toedienen wordt elektronisch gevolgd binnen het Klinisch WerkStation, waardoor het risico op vergissingen kleiner wordt en eventuele fouten in deze procedure beter worden opgespoord. Het aantal gemelde incidenten verminderde van 92 in 2010 naar 20 meldingen in 2011. Dit positief resultaat kan onder andere toegeschreven worden aan de implementatie van de bloedtracing.

Sensibiliseren is belangrijk

Ook sensibilisering voor patiëntveiligheid van zowel patiënten als zorgverstrekking hoort thuis onder de noemer ′kwaliteitszorg en patiëntveiligheid′. Tijdens de ′Week van de Patiëntveiligheid′ in november 2011 werden alle medewerkers gewezen op het belang van patiëntveiligheid via informatiestands aan het personeelsrestaurant, de projectie van een filmmontage met 30 getuigenissen van personeelsleden over patiëntveiligheid en een daaropvolgend debat, en een ′After-work drink′ in het teken van patiëntveiligheid. De eerder genoemde veiligheidsrondes passen ook in dat kader. Het maandelijkse personeelsblad besteedt geregeld aandacht aan het onderwerp. Ook patiënten wordt gewezen op het belang van mee toezien op de eigen veiligheid, o.m. door duidelijke vermelding van tips in de vernieuwde opnamebrochure.

Algemeen intensifieert het UZ Brussel overigens de informatie-inspanningen voor patiënten. Via de website, algemene folders en brochures, en dienst- en pathologiegerelateerde folders tracht het ziekenhuis een antwoord te geven aan de geïnformeerde en kritisch ingestelde patiënt van vandaag.

Er werden in 2011 ook geregeld informatiecampagnes georganiseerd, zoals tijdens de ′Week van de Diëtist′ (maart) in de polikliniek in Dilbeek over ′gezonde voeding en verstandig drinken′, op ′Wereldnierdag′ (10 maart) gratis screening van studenten op het risico op hart-, vaat- en nierziekten, op ′European Heart Failure Awareness Day′ (7 mei) infosessies, infostands, advies over beweging, rookstop en stress en gratis meting van bloeddruk, buikomtrek en gewicht, tijdens de ′Week van het Hart′ (september) informatie over de symptomen, de behandelingsopties en het leven na een hartinfarct en tijdens de ′Week van de Prematuur′(november) informatie over problemen bij vroeggeboorte.

 
X
Een accreditatie bevestigt bekwaamheid en betrouwbaarheid

Kwaliteitszorg

Een middel dat het UZ Brussel ook verder invoert om de patiënt in het centrum van de zorg te plaatsen en de zorg verder te verbeteren, zijn de zorgpaden of klinische paden. Een zorgpad is een beschrijving van het volledige traject dat een patiënt met een specifiek ziektebeeld aflegt in het ziekenhuis, dus van de diagnose tot en met de behandeling, en zowel binnen als buiten het ziekenhuis. Een klinisch pad kan er mee voor zorgen dat het ziekenhuis nog efficiënter kan inspelen op de huisarts en dat na de opname de huisarts onmiddellijk kan inpikken op het verhaal van het ziekenhuis. De dienst IT van het UZ Brussel heeft software ontwikkeld die het mogelijk maakt zorgpaden te integreren in het Klinisch WerkStation. In 2011 werden de zorgpaden voor hartfalen en rectumcarcinoom (endeldarmkanker) uitgewerkt.

Verscheidene aspecten van de kwaliteitszorg van het UZ Brussel kregen in 2011 een externe erkenning. Zo kreeg het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde een erkenning van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) als bank voor menselijk materiaal. De hematopoïetische stamcelbank ontving een accreditatie van het Joint Accreditation Committee-ISCT Europe (JACIE) dat de standaardnormen voor stamceltransplantatie bewaakt. De afdeling Moleculaire Pathologie en het DNAlaboratorium van het Centrum voor Medische Genetica verwierven de BELAC-accreditatie (BELgisch ACcreditatiesysteem).

Kwaliteitszorg
X

Samen werken en Samenwerken

Het UZ Brussel heeft sinds enkele jaren samenwerkingen opgezet met tal van andere ziekenhuizen en zorginstellingen.

Vanuit het PGD-netwerk (Pre-implantatie Genetische Diagnostiek) werden de handen in elkaar geslagen met het UZ Leuven en Heilig Hart Ziekenhuis in Leuven, de universiteit van Louvain-La-Neuve en het AZ Jan Palfijn te Gent.

Zoals voorzien was in de associatieovereenkomst radiotherapie met het ASZ Aalst, werd begin 2011 de dienst radiotherapie UZ Brussel-campus Aalst geopend in het ASZ Aalst.

Het UZ Brussel bleef ook internationaal actief. Ook in 2011 draaide de satellietkliniek van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde van het UZ Brussel in het Royal Hayat Hospital in Koeweit op volle toeren.

Samen werken en Samenwerken

Samenwerking gaat ook over relaties met opleidingsinstellingen. Zeker als universitair ziekenhuis – dat, naast Zorg en Onderzoek, Onderwijs als een van zijn drie kerntaken heeft - is dat voor het UZ Brussel zeer belangrijk. De samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel, waarvan het UZ Brussel deel is, en de alliantiepartner Erasmushogeschool Brussel, werd in 2011 nog versterkt met de installatie van een werkgroep binnen verpleegkunde. ′Nursing op de campus′ is een stuurgroep die de verpleegkundige groep van het UZ Brussel, de Erasmushogeschool Brussel en de Vrije Universiteit Brussel samenbrengt in een overlegplatform. Het idee is dat samen veel meer bereikt kan worden dan ieder apart. De stuurgroep zorgt ervoor dat de drie partners samen beter kunnen uitstralen naar buiten. Zo kunnen potentiële studenten warm gemaakt worden voor een opleiding in de hogeschool en universiteit, en potentiële verpleegkundige werknemers voor een baan in het ziekenhuis. Vanuit deze intensievere samenwerking waren er ook de ontwikkeling van een nieuwe werkgroep verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek en de organisatie van maandelijkse seminaries. Doel is om samen studenten en medewerkers te inspireren tot onderzoek op verpleegkundig terrein.

X
 

UZ BRUSSEL luistert naar de patiënt

UZ BRUSSEL luistert naar de patiënt

Het UZ Brussel is volledig afgestemd op een optimale zorg voor de patiënt. Het is dan ook belangrijk dat het geregeld luistert naar wat die zelf vindt van de aangeboden zorg. Het UZ Brussel doet dat al enkele jaren onder meer door als een van 10 Vlaamse ziekenhuizen deel te nemen aan een 6-maandelijkse bevraging over patiënttevredenheid. Een veelheid aan indicatoren werd bevraagd, van een oordeel over het ziekenhuisverblijf algemeen tot deelaspecten als de bereikbaarheid, de kamer, de maaltijden, de rust op de afdeling en de nazorg.

Het UZ Brussel zal voortaan deelnemen aan het Quality Indicator project, een initiatief waaraan bijna alle Vlaamse ziekenhuizen deelnemen en waarvan de kwaliteitsindicatoren werden uitgewerkt in samenwerking met het Vlaams Patiëntenplatform.

De wet op de patiëntenrechten van oktober 2002 voorziet dat elk ziekenhuis over een onafhankelijke ombudsdienst moet beschikken waar een patiënt terecht kan met een klacht. Hoewel dit los staat van onderzoek naar patiënttevredenheid, is het duidelijk dat ook klachten een indicatie kunnen zijn van mogelijke verbeterpunten in de zorg van het ziekenhuis. De ombudsdienst van het UZ Brussel is aangesloten bij de Vlaamse Vereniging Ombudsfunctie van Alle Zorgvoorzieningen (VVOVAZ). VVOVAZ voorziet ieder jaar een vergelijking op vrijwillige basis.

Voor de klachten van 2011 namen 28 ziekenhuizen deel aan de registratie. In 2011 bleek dat patiënten van het UZ Brussel de weg naar de ombudsdienst steeds gemakkelijker vinden. Het ziekenhuis doet daar ook zelf inspanningen voor door informatie te publiceren over de ombudsdienst op de ziekenhuiswebsite, het verspreiden van folders over patiëntenrechten aan de infobalies en duidelijke signalisatie naar de ombudsdienst. In totaal behandelde de ombudsdienst in 2011 1010 dossiers, waarvan 561 klachten.

UZ Brussel neemt deel aan Quality Indicator Project

De overige dossiers waren vooral vragen naar informatie en advies. 38 % van de klachten is gerelateerd aan de kwaliteit van de zorg en dan vooral aan medische behandelingen. Bij de vergelijking met de deelnemende ziekenhuizen, boekt het UZ Brussel vooruitgang. Het registratiesysteem laat zien dat het gemiddeld aantal klachten m.b.t. de kwaliteit van zorg tijdens een ziekenhuisopname 57 % bedraagt. Patiënten ondervonden in 2011 toch nog te vaak dat ze te weinig informatie kregen over de kost van een opname en dat hun persoonlijke levenssfeer in het ziekenhuis niet altijd gerespecteerd werd. Daaraan zal gewerkt worden.

Interview
 
 
Afspelen

Prof. dr. Thierry Scheerlinck,
orthopedisch chirurg en nieuw diensthoofd:

"Patiënten appreciëren dat een orthopedische operatie meteen helpt"

"2011 was voor mij een jaar van grote aanpassingen. Mijn nieuwe functie als hoofd van orthopedie en traumatologie is een hele uitdaging. De dienstorganisatie, de hoorcolleges en vooral de personeelsaspecten waren een nieuw avontuur. Ik besef nu echt hoe druk mijn voorganger, prof. Casteleyn, het wel kon hebben (lacht). Het is bij momenten zwaarder dan ik had ingeschat, maar ik heb een jong, tof team. Het is geweldig als medewerkers zich kunnen ontplooien en zich thuisvoelen in de dienst. Het uitdagende van een job in de geneeskunde heb ik altijd geapprecieerd. Als laatstejaarsstudent ben ik voor vijf maanden naar Zimbabwe getrokken. Dit was een verrijkende ervaring.

Prof. dr. Thierry Scheerlinck
 
X
 

Een verrijkende ervaring

Het Kariba-district waar ik werkte, is even groot als de helft van België en dus is het niet evident om mensen te bereiken. Elke reis tussen klinieken leek wel een safari. Er werkten slechts drie geneesheren en die hadden hun handen meer dan vol. De uitdagingen waren enorm... Waar ik het uiteindelijk moeilijk mee had, was dat je als dokter vaak niet over de nodige middelen beschikte om mensen te helpen. Die machteloosheid was frustrerend. Daarom ging ik niet door met mijn idee om tropische geneeskunde te doen. Uiteindelijk ontdekte ik orthopedie als specialisatie in het Sint-Pietersziekenhuis.

Wat me er zo in aantrekt, is dat je patiënten metéén effectief kan helpen. Je voert een operatie uit en hebt je patiënt van het ene moment op het andere geholpen. Die aanpak creëert een speciale band. Dat geeft veel voldoening. Waarom ik graag werk? Wel, de grote meerwaarde van het ziekenhuis is de openheid waarmee mensen hier met elkaar omgaan en dat typeert de VUB. Dat zie je ook in de nauwe samenwerking op wetenschappelijk vlak tussen de diensten orthopedie, radiologie en anatomie. Door die goede werkrelatie kunnen projecten opgestart worden die elders vaak moeilijk van de grond komen. En dit kan de patiënten alleen maar ten goede komen."

Zorg

voor student
en wetenschapper

X

Wetenschappelijk onderzoek

Als universitair ziekenhuis is onderzoek, naast zorg en onderwijs, een van de drie kerntaken. Via de Universitair Medisch Centrum Onderzoeksraad (UMCOR), een samensmelting van de wetenschappelijke onderzoeksgroepen van de Vrije Universiteit Brussel en het UZ Brussel, wordt onderzoek gestimuleerd.

Meer wetenschappelijke output

Het aantal gepubliceerde wetenschappelijke artikels blijft toenemen. Tussen 2005 en 2010 steeg het aantal gepubliceerde wetenschappelijke artikels van 208 naar 423. Bij het afsluiten van dit jaarverslag waren de cijfers van 2011 nog niet bekend.

Samuel Bral schreef een doctoraatsthesis over ′Radiotherapy in non-small cell lungcancer: is the only way up?′ en Evy Vandemeulebroucke over ′Preservation of Functional Beta Cell Mass, Assessed by Hyperglycaemic Clamp, in Human Type 1 Diabetes′.

Twee voorbeelden van hoe onderzoeksresultaten de patiënten ten goede komen

Hoge precisie radiotherapie: een potentiële behandeling voor uitzaaiingen van darmkanker

In het UZ Brussel werd met succes een pilootstudie uitgevoerd om met hoge precisie radiotherapie, darmkanker te behandelen bij patiënten die niet meer in aanmerking kwamen voor een operatie of chemotherapie. Ruim de helft van de patiënten vertoonde een totale of gedeeltelijke afname van de ziekte en meer dan 85 % leefde nog een jaar na de behandeling. Darmkanker is na longkanker de belangrijkste oorzaak van sterfte door kanker.

UZ Brussel gebruikt als eerste in België veiliger narcosemiddel voor patiënten met verminderde hartkamerfunctie

Het UZ Brussel heeft in 2011 als eerste ziekenhuis in België xenon-gas gebruikt als verdovingsmiddel bij operaties. Een algemene verdoving is voor iedereen belastend. Voor patiënten met een sterk verminderde linker- en rechter-hartkamerfunctie is dit nog veel meer het geval. Een chirurgische ingreep kan voor hen vanaf nu veiliger verlopen dankzij xenon-gas. Het gas heeft immers een specifiek bloeddrukondersteunend effect en heeft geen enkele negatieve invloed op de samentrekking van de hartspier.

X

Prijzenkast

Top employers 2011

Prof. emeritus Paul Wylock laureaat prijs geschiedenis en geneeskunde

In 2010 verscheen het boek ′The Life and Times of Guillaume Dupuytren, 1777-1835′, naar de getalenteerde Franse handchirurg. Voor zijn boek ontving prof. Wylock in 2011 de ′Prijs voor de geschiedenis van de geneeskunde, periode 2005-2010′ van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België.

Dr. Wendy Werckx winnaar beste presentatie

Dr. Wendy Werckx van de dienst kinderneurologie kreeg dit jaar de prijs voor beste presentatie van de Belgian Society of Pediatric Neurology. Ze kreeg deze prijs voor haar uiteenzetting over de follow-up en outcome van prematuur geboren kinderen.

Leerkliniekteam ontvangt BNP Paribas Fortis Foundation Award

Het doel van de leerkliniek is de slaag- en ontwikkelingskansen van kinderen met leerproblemen te maximaliseren. Voor die missie kreeg het team in 2011 de BNP Paribas Fortis Foundation Award Regio Brussel. Hun project was een van de 3 die weerhouden werden uit een lijst van 100 kandidaten.

Beste medische boek van het jaar

In 2011 kende de British Medical Association de prestigieuze Medical Book Award toe aan de publicatie ′Medical thorascopy/pleuroscopy: manual and atlas′. Een van de co-auteurs van dit naslagwerk is gedelegeerd bestuurder prof. dr. Marc Noppen, ook een gerenommeerd pneumoloog.

Klinisch WerkStation (KWS) van UZ Brussel behaalt ′Stage 6′-label

Het KWS van het UZ Brussel kreeg van de Healthcare Information & Management Systems Society (HIMSS) het ′Stage 6′-label toegekend. 7 niveaus (van ′stage 0′ tem ′stage 7′) stemmen overeen met de mate van automatisering binnen ziekenhuizen. ′Stage 6′-ziekenhuizen hebben een bijna volledige ondersteuning van het elektronisch en het verpleegkundig medisch dossier, zowel op statisch als op dynamisch vlak, en functioneren zowat papierloos. Het UZ Brussel haalde ′Stage 6′ en is daarmee in België het enige ziekenhuis.

Brussel behaalde in 2011 opnieuw ′Top Employer′

Het UZ Brussel behaalde in 2011 voor het 3de jaar op rij het label ′Top Employer′, toegekend door de Corporate Research Foundation. Aan de erkenning gaat een objectief onderzoek vooraf door een panel van experts onder leiding van de Hay Group.

X

Leerkliniekteam

Ontvangt BNP Paribas Fortis Foundation Award

X

Onderwijs, een essentiële pijler

Onderwijs, Zorg en Onderzoek vormen de drie pijlers van de werking van het UZ Brussel. Om deze kerntaken te kunnen uitvoeren, werkt het ziekenhuis nauw samen met de faculteit Geneeskunde en Farmacie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) op de groene campus Jette. Deze samenwerking wordt verder versterkt binnen het Universitair Medisch Centrum / Universitair Medische Campus (UMC). Ook de afdeling gezondheidszorg van de Erasmushogeschool Brussel (EhB), die eveneens deel uitmaakt van de campus Jette, onderhoudt sterke contacten met het UZ Brussel, ook in het kader van de al bestaande hoger-onderwijs samenwerking tussen de VUB en EHB binnen de Universitaire Associatie Brussel (UAB).

Onderwijskwaliteit

Het UZ Brussel biedt alle (para)medische, farmaceutische en biomedische hoger-onderwijsopleidingen op deze campus zowel algemeen klinisch als verdergezet (geneesheer-specialist) onderwijs, naast permanente vormingen voor specialisten, huisartsen en ander paramedisch personeel. Het aanbieden van normaalspecialistische zorg in alle disciplines, de kruisbestuiving tussen wetenschappelijke en klinische activiteiten en het ontwikkelen van speerpuntactiviteiten en de nauwe samenwerking binnen de Universitaire Associatie Brussel bieden de nodige waarborgen voor de kwaliteit van dit onderwijs. Het bevoegdheids- en deskundigheidsprofiel van de lesgevers en de instelling wordt daarnaast gegarandeerd door hun academische inbedding.

Alle (para)medische opleidingen op de campus richten zich steeds meer op het aanbieden van contextgebonden gehelen van kennis, vaardigheden en attitudes, ingebed in het professioneel functioneren. Contextgebonden leren is met andere woorden het sleutelbegrip.

Leren ′zoals het echt is′

Het werken ′zoals het echt is′ wordt systematisch aangeleerd met behulp van zowel voorbereidende stages, verzorgd door het UZ Brussel, als oefeningen in het Skillslab. Het Skillslab is een unieke verzameling technologische snufjes en klinische kennis, ondersteund door het UZ Brussel. Het ′Clinical Skills and Simulation Center′ wordt gecoördineerd en gestuurd vanuit de vakgroep Kritische Zorgen, meer bepaald door de titularissen en de lesgevers van de opleidingsonderdelen Medische Vaardigheden. De officiële opening in 2011 kreeg veel media-aandacht.

Het hoogtepunt van dit realistisch onderwijs is uiteraard terug te vinden in de masterstages Geneeskunde. Deze gelden als de meest uitgebreide masterstages Geneeskunde van alle geneeskunde-opleidingen in Vlaanderen. Het is tijdens deze stages dat de vertaling van theorie naar praktijk moet gebeuren en de vaardigheden en houdingen worden verworven die een arts zijn leven lang zal gebruiken. Het UZ Brussel biedt hierin een onmisbare steun, door het aanbieden van plaatsen in al zijn diensten. Maar omgekeerd ondersteunen de stages ook het ziekenhuis. De rekruteringsuitdaging werd immers minder acuut in 2011, omdat veel studenten doorstromen naar een job in het UZ Brussel.

X

Het Skillslab

Is een unieke verzameling technologische snufjes en klinsche kennis, ondersteund door het UZ Brussel

X

Onderwijs, een essentiële pijler

Al deze stages en praktische oefeningen kunnen uiteraard niet plaatsgrijpen zonder een intensieve begeleiding vanuit de diensten waarin ze worden aangeboden. Deze begeleiding wordt zo effectief mogelijk georganiseerd, met een grote nadruk op studentgerichtheid.

Het leerproces wordt, in overleg en samenwerking met de diensthoofden en alle betrokken begeleiders, geformaliseerd door het ontwikkelen van overzichten van kennis van vaardigheden die een basisarts moet bezitten op het einde van zijn/haar studie én stages. De begeleiding wordt ook voortdurend bijgestuurd.

Blijven leren

Op vlak van de opleiding van de opleiders geeft de VUB nu al de mogelijkheid aan zijn leden die betrokken zijn bij de onderwijsactiviteiten om diverse trainingen en opleidingen te volgen op de campus Jette, georganiseerd door de cel Kwaliteitszorg en Onderwijsinnovatie. Van nieuw aangestelde docenten en assistenten wordt verwacht dat zij deelnemen aan een cursus onderwijsprofessionalisering.

In deze cursus worden beginnende lesgevers geconfronteerd met een kritische analyse van hun eigen onderwijsstijl. Beide vormen van kwaliteitsbewaking werden ten zeerste geapprecieerd door de visitatiecommissie artsenopleiding in Vlaanderen. Dat leidde tot een zeer goede evaluatie van de stagebegeleiding.

De meest uitgebreide masterstages Geneeskunde van alle geneeskundeopleidingen in Vlaanderen

ManaMa

Naast de stages van de masterstudenten Geneeskunde wordt in het UZ Brussel ook het onderwijs van de geneesheer-specialisten in opleiding verzorgd. Sinds het academiejaar 2009-2010 wordt, binnen de Vlaamse universiteiten en in nauw overleg met het beroepenveld, de opleiding Master na Master (ManaMa) in de specialistische geneeskunde ingericht. Tijdens deze opleiding verwerft de arts-specialist generische en specifieke competenties die kenmerkend zijn voor het eigenlijke kader waarin hij/zij het beroep zal uitoefenen.

Als referentiekader voor deze opleiding wordt gewerkt met de CanMedsrolmodellen (rolmodellen gebaseerd op de beroepsbekwaamheden van de arts-specialist). Binnen de Vlaamse Interuniversitaire Raad werkten de universitaire stage-meesters van het UZ Brussel mee aan het bepalen van eindcompetenties in de verschillende afstudeerrichtingen en het operationaliseren van het onderwijskundig programma.

Het UZ Brussel biedt een waaier van expertises aan die ruim voldoende is om alle disciplines en sub-disciplines van de Specialistische Geneeskunde te bestrijken. De universitaire stage-meesters zijn ZAP-leden (academici) van de Vrije Universiteit Brussel (voltijds of deeltijds) en zijn nationaal en internationaal erkende deskundigen in hun vakgebied. Ze werden, naast hun onderwijskwaliteiten, geselecteerd op basis van hun onderzoeksdossier en hun professionele deskundigheid op het vlak van patiëntenzorg.

Het UZ Brussel en de medische opleidingen van de faculteit Geneeskunde en Farmacie van de VUB vullen elkaar met andere woorden mooi aan.

Interview
 
 
Afspelen

Prof. dr. Bart Neyns,
onderzoeker en afdelingshoofd
medische oncologie:

"We kunnen het verschil maken
tussen leven en dood"

"Het belangrijkste feit uit 2011? Voor mij was dat het succes van de lichaamseigen dendritische celtherapie. Dit werd ontwikkeld voor patiënten met een gevorderd melanoom. Van de 15 patiënten die we in een eerste studie behandelden, zijn vijf mensen nu al meer dan een jaar beter en dit zonder nog verder behandeld te worden. Aan dit onderzoek ging 10 jaar ontwikkeling van dendritische celtherapie vooraf en de toekomst biedt ons een mooi perspectief. Eenmaal het RIZIV de overeenkomst met het UZ Brussel heeft ondertekend, zullen we een financiële tussenkomst kunnen krijgen voor onze patiënten. Zo kunnen we op grotere schaal gaan werken.

Prof. dr. Bart Neyns
 
X
 

Je studeert echt om mensen te kunnen helpen

Als de resultaten van deze lichaamseigen celtherapie bevestigd worden, kunnen we voor veel mensen het verschil maken tussen leven en dood. Samen met prof. dr. Kris Thielemans beheren we hier in het UZ Brussel de dendritische celbank. Die vormt de basis voor de ontwikkeling van de therapie. Dat betekent ook dat het onderzoek zelf niet losgekoppeld kan worden van de VUB, waar ik zelf mijn opleiding gevolgd heb.

Ik ben specifiek in de oncologie terecht gekomen door een aspirant-mandaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen. Tijdens mijn middelbare studies interesseerden genetische en moleculaire lessen me al. De stap naar een hogere opleiding in geneeskunde was dus niet zo groot. Daarin vond ik het menselijk aspect van mijn studies ook belangrijk. Je studeert écht om mensen te kunnen helpen.

De twee laatste jaren van die opleiding tot arts wist ik niet exact welke richting ik uit wilde. Tot ik het voorstel kreeg om dankzij een beurs van "Kom op tegen kanker" via het FWO Vlaanderen een opleiding tot internist te combineren met vier jaar wetenschappelijk onderzoek naar de moleculaire achtergrond van kanker. Dit kreeg de laatste tien jaar een verlengstuk in het klinisch onderzoek naar celtherapie voor melanoom. Het resultaat is nu deze veelbelovende behandeling tegen kanker."

Zorg

voor de medewerker

X

HR: voor en door de medewerker

De sleutel tot de ambities en realisaties van het UZ Brussel zijn de medewerkers.

Wie werkt in het ziekenhuis?

In 2011 telde het ziekenhuis in totaal 3.345 medewerkers. Het zijn voor het merendeel vrouwen. 44,16 % van de medewerkers van het UZ Brussel werkt deeltijds. De grootste groep is die van de verpleegkundigen met bijna 41 %. Weinig verrassend voor een ziekenhuis natuurlijk.

Het beroepsprofiel van de medewerker

X

HR-Business partners

De dienst Human Resources is er voor alle medewerkers van het ziekenhuis, dat spreekt voor zich. De HR-dienst dient dan ook de juiste mensen op de juiste plaats te hebben voor de diverse serviceaspecten. Motivatie, ondersteuning en een persoonlijke aanpak zijn daar belangrijke elementen van. Maar hoe kan een 24-koppig team 3.345 mensen persoonlijk begeleiden? Daarvoor werd in 2011, naast het HR servicecentrum dat zich richt tot de individuele medewerker, het concept van HR business partners verder ontwikkeld. Ze adviseren, bemiddelen en vormen een uniek aanspreekpunt. Hun taak is specifiek gericht op het begeleiden van diensthoofden bij hun people-opdracht: het aanwerven van nieuwe medewerkers, het coachen van hun teams, het oplossen van organisatievraagstukken. In het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde bijvoorbeeld, hebben de business partners in 2011 de aanwerving voor personeel in Abu Dabi begeleid en in de apotheek gaven ze advies voor de nieuwe interne organisatiestructuur. Omgekeerd kunnen de dienstverantwoordelijken ook bij hun business partners terecht met vragen en problemen.

Human Resources

Human Resources...

De aanpak van de HR business partners symboliseert waar de dienst naartoe wil in de toekomst. Door elke dienst, elke problematiek grondig te bekijken, kan bijvoorbeeld het probleem van de knelpuntberoepen doeltreffender aangepakt worden. Het is een tekort waar ieder ziekenhuis de voorbije jaren mee kampte. Om een idee te geven: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (de VDAB, dus) liet aan het einde van 2011 8.921 openstaande vacatures optekenen voor verpleegkundigen. Daarom is het belangrijk om mensen op een persoonlijke manier aan te werven en te selecteren. Daarin scoort het UZ Brussel zeer goed, de doorstroming na de stage naar een aanwerving is een succes.

X

... en human voices

Maar om mensen warm te maken voor een job in het UZ Brussel, moet je ze eerst bereiken. Communicatie is een belangrijk middel om het ziekenhuis en de mensen ervan aan de buitenwereld te tonen. Wie zijn wij? Welke zijn onze troeven? Waarin is onze cultuur uniek? De voorbije zes jaar is de relatie met de media sterk gegroeid. Er worden inspanningen geleverd om een open beleid te voeren naar de wereld voorbij het ziekenhuis. De intensieve media-politiek is daar dan één voorbeeld van. De magazines die de communicatiedienst realiseert (het driemaandelijks blad Muze voor huisartsen en het maandblad UZegt voor de medewerkers) zijn andere voorbeelden van de transparantie die het UZ Brussel nastreeft.

Het gaat natuurlijk niet alleen over nieuwe mensen aanwerven. Er is veel aandacht voor de actieve medewerkerspopulatie. In een ziekenhuis is het essentieel dat mensen hun job invullen met passie. En bij leidinggevenden telt dit nog meer. Daarom werd ook een evaluatieprocedure voor de medische diensthoofden geïntroduceerd. Diensthoofden hebben een mandaat van vijf jaar. Na die vijf jaar wordt onder meer met input van collega′s een round-up gemaakt van o.a. hun leidinggevende capaciteiten en realisaties. De bedoeling is om mensen zo verder te helpen ontwikkelen in hun taak als leidinggevende en hen bij te sturen waar nodig.

Human Resources

X
De dienst Human Resources verzekert voor elke medewerker een persoonlijke aanpak

Interne veranderingen

Even terug inzoomen op de personeelsdienst zelf. Is er intern nog iets veranderd? Ja, behoorlijk wat zelfs. Er werd een nieuw systeem geïntroduceerd dat het personeelsbeheer overzichtelijker maakt. De dienst kreeg ook een nieuwe look en open werkomgeving. Er is een centraal onthaalpunt, aangevuld met meerdere discrete werkruimtes voor diepgaandere en discretere gesprekken. Dit past in de service-ambitie die de dienst uitrolde in 2010. Een ander voorbeeld van de ′open deur′ bij Human Resources, is de introductie van ′Top desk′, een elektronische vraag-en-antwoordbank die zorgt voor snelle en correcte service. Met dit systeem kunnen individuele vragen van personeelsleden beter en sneller beantwoord worden en dit 24 uur op 24.

Maar er werd nog meer gedaan om de medewerker een goede werkomgeving te bieden.

Artsen in opleiding kregen in 2011 een nieuw wettelijk kader dat hun prestaties, werk- en wachturen, en opleidingstijd beter omschrijft. Een protocol daarover werd samen met de artsen opgesteld en zal verder opgevolgd worden.

In overleg met de sociale partners werd ook een hervorming van het aanvullend pensioenplan opgesteld dat inging op 1 januari 2012. Dit betekent vooral dat nieuwe personeelsleden opgenomen worden in een nieuw aanvullend plan.

Opleiding is in een dynamische zorgomgeving een belangrijk punt. Medewerkers krijgen heel veel opleidingskansen zowel om optimaal werk te blijven leveren, als om zich persoonlijk te ontwikkelen. Het VTO-beleid (Vorming, Training en Opleiding) kreeg in 2011 daarom een nieuwe impuls met o.m. een uitgebreid en uiteenlopend gamma aan opleidingsmogelijkheden.

Een actief opleidingsbeleid wordt nog intensiever aangemoedigd in het hele ziekenhuis. Een voorbeeld: bij de dienst patiëntenadministratie werden opleidingen kwaliteit aan de balie, Frans, Engels en teamcoaching georganiseerd.

Nieuwe diensthoofden

2011 luidde de verdere wisseling van de wacht in bij de diensthoofden van verscheidene diensten. Werden aangesteld in 2011: prof. dr. Herman Tournaye (Centrum voor Reproductieve Geneeskunde), prof. dr. Anne Hoorens (Anatomo-Pathologie), prof. dr. Dirk Michielsen (Urologie), prof. dr. Thierry Scheerlinck (Orthopedie), prof. dr. Maurice Mommaerts (Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie), prof. dr. Marc Soens (Revalidatie en Fysische Geneeskunde) en prof. dr. Moustapha Hamdi (Plastische Heelkunde).

Interview
 
 
Afspelen

Jan Van den Abbeele,
patiëntvervoer en dispatch:

"Mijn moeder werkt hier ook"

"2011 was voor mij bijzonder omdat ik alleen ben gaan wonen. Het is toch wel even wennen om op eigen benen te staan. In mijn job doe ik veel verschillende dingen. Ik breng patiënten van hun kamer naar onderzoeken. Ik verzorg op bepaalde momenten de dispatch van vervoer en breng geregeld tijd door in het mortuarium. Dat laatste is minder eng dan het klinkt (lacht). Ik werk nu 4 jaar in het ziekenhuis en ben hier gekomen op aanraden van mijn moeder. Zij is logistiek medewerker.

Het mortuarium is niet zo eng

Ik had niet meteen aan deze job gedacht, eerlijk gezegd, maar ik doe het wel heel graag. Zoals veel jongens, was ik graag profvoetballer geworden, maar helaas had ik te veel knieproblemen. Of een baan in de bouwsector, dat had ik ook wel leuk gevonden. Als ik zeg dat ik in een mortuarium werk, stellen mensen zich daar veel dingen bij voor. Het is vooral papierwerk eigenlijk (lacht). Soms moet ik wel een lichaam klaarleggen zodat mensen een groet kunnen komen brengen. Maar het is dus niet zo eng als het lijkt."

Jan Van den Abbeele
 

Zorg

voor de toekomst

X

Vernieuwingen

Onder de noemer ′Bruggen bouwen′ kwam al aan bod hoe het ziekenhuis bouwt aan de toekomst via het Ruimteplan dat in 2021 tot een volledig vernieuwd ziekenhuis moet leiden.

Die toekomst wordt daarnaast ook voorbereid door tal van niet altijd even grootscheepse, maar niettemin essentiële aanpassingen en verbeteringen: van ruimte-uitbreidingen bij Nefrologie en Gastro-Enterologie tot het afwerken van het nieuwe andrologielab en de cleanroom voor semenbehandeling in het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde.

In 2011 werd de vernieuwde polikliniek officieel geopend. Niet alleen werd de voorgevel gerenoveerd en opgefrist, de toegang van de polikliniek werd patiëntvriendelijker en de omgeving aangenamer gemaakt. Voor patiënten werden verschillende kiosken geïnstalleerd waarop met de eID-kaart kan ingelogd worden, zodat ze niet meer bij de balie moeten langsgaan.

De vooropnameactiviteit werd gescheiden in een administratieve vooropname, geïntegreerd in de KIO-werking (Kassa-Inschrijvingen-Opname), en een prehospitalisatie-werking met een grotere patiëntenfocus, uitgevoerd door verpleegkundigen. De gebruikte methodiek (kiosken, onthaal op de werkvloer, ...) staat model voor de manier van werken die in de toekomst verder zal ontwikkeld en gestandaardiseerd worden. Nieuwe colonoscopie-lokalen werden in gebruik genomen (inwendig darmonderzoek). Tevens werd een onthaal van niet-urgent patiënten-transport gerealiseerd, wat een ontlasting van de spoedgevallendienst en een aanzienlijke verbetering van de dienstverlening aan de patiënten betekent.

Ook in 2011 werd gestart met de bouw van de nieuwe verpleegkunde- en spoedgevallenvleugel. Naast bijkomende ruimte voor het beddenhuis en een uitbreiding en vernieuwing van de spoedgevallendienst, zal het gebouw ook de boekhouding en het slaaplabo bevatten.

Een vernieuwde polikliniek

Een ziekenhuis tracht ook milieuvriendelijker en energiezuiniger te functioneren. Daarom is het UZ Brussel in 2011 begonnen met het opstellen van een energiebeheersplan. Verschillende pistes zullen bekeken worden om zo verantwoord mogelijk om te gaan met energie en een reeks mogelijke investeringsprojecten met gunstig effect op het energieverbruik wordt onderzocht.

Het ziekenhuis kreeg in april een nieuwe vergunning van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Daarmee verbindt het zich ertoe zich aan omgevingsnormen te houden, zoals de normen m.b.t. geluid en verontreiniging. Het verantwoordelijkheidsgebied van de milieudienst werd in de loop van het jaar uitgebreid met ′groenbeheer′, ′afvalwater′ en ′mobiliteit′.

X

Milieu, energie en mobiliteit

De stafdiensten Infrastructuur-Apparatuur omvatten 3 activiteiten: staf lokalenbeheer, dienst Milieu-Afval-Mobiliteit (MAM) en ziekenhuissignalisatie. De milieudienst wordt geleid door de milieucoördinator, bijgestaan door een 3-tal milieu-operatoren die instaan voor onder meer ophaling van specifieke afvalstromen op de diensten. Dankzij vernieuwde afspraken en aangepaste procedures kon het aandeel ′gerecycleerd afval′ opgetrokken worden tot 18,4 %.

Het ziekenhuis pleit al lang voor meer ondersteuning van zijn mobiliteit. Het ondersteunt de toekomstige installatie van de tram 9-lijn, uiteraard voor zover het traject ervan doeltreffend is voor het ziekenhuis. In afwachting van meer overheidssteun, heeft het ziekenhuis een eigen bedrijfsvervoerplan opgesteld.

Belangrijk daarbij is dat het de medewerkers via allerhande vergoedingen stimuleert om te carpoolen, fietsen of het openbaar vervoer te gebruiken. Deze stimulatie om milieuvriendelijk vervoer te gebruiken past ook bij het bedrijfsvervoerplan dat het ziekenhuis actualiseerde in 2011.

Het ziekenhuis werkt aan een energiebeheersplan

Het UZ Brussel is ondertussen een trouwe deelnemer aan de Brusselse Week van Vervoering. Ook in 2011 bood het in dat kader aan alle personeelsleden die niet met de wagen kwamen op 22 september een gratis ontbijt aan.

De stafdienst lokalenbeheer zette zich het afgelopen jaar weer in om het beheer efficiënter te doen verlopen. Er werd een inventarisatie van vergaderfaciliteiten gemaakt die via intranet bekeken kan worden. Dit maakt de zoektocht naar en reservatie van vergaderruimtes veel simpeler. Daarbij werd ook een project op poten gezet om de bezettingsgraad van de consultatieboxen te analyseren. Zo kunnen deze ook efficiënter gebruikt worden. Een ander project was de opstart van een Lokaal-ID systeem waarbij ieder lokaal een uniek nummer krijgt om de interne communicatie te versterken. Dit zal later ook een bepalende rol binnen het nieuwe ERP-systeem spelen. Deze projecten worden in 2012 verder uitgewerkt.

In 2011 werden ook afspraken gemaakt tussen de diensten logistiek (bevoegdheid interne signalisatie), preventie (bevoegdheid veiligheidssignalisatie) en facilitaire dienst (bevoegdheid externe signalisatie) om een nieuw globaal project op te starten om de ziekenhuissignalisatie te verbeteren.

X

Performantiemanagement

′Slimmer werken′

In 2011 werkte het UZ Brussel verder aan de professionalisering van de projectwerking en de efficiëntie van de dagelijkse werking (Nexus-project). Vorig jaar lag de focus op de introductie van de Lean-principes op de werkvloer. De Lean-methodiek komt uit de industrie en staat voor ′slimmer werken′. Het doel is om via continue (kleine) verbeteringen de waarde van de prestaties te verhogen voor de patiënt, de medewerker en de organisatie. En wat essentieel is: het gaat niet over meer werken, wél over anders werken en daardoor meer bereiken.

Performantie management
X
Anders werken en daardoor meer bereiken
 

In de praktijk

Enerzijds kwam het personeel meer te weten over de Leanprincipes via de Nexus-opleidingen. Anderzijds werden op twee pilootdiensten - de apotheek en verpleegeenheid EH52 (orthopedie en traumatologie) - de 5 principes (zie kader) in praktijk gebracht om de efficiëntie te testen en te analyseren.

Op de dienst apotheek werd clean desk geïntroduceerd voor onthaal en administratie. Dat is exact zoals het klinkt. Een bureau zonder papieren dossiers (vervangen door het computergeheugen) en dus een rustige, geordende werkruimte. Verder werd ook werk gemaakt van een logischer systeem voor het stockeren en klaarzetten van medicatie, zodat medewerkers aan de distributiezone vlot hun medicijnen kunnen ophalen. Dit moet de service naar de patiënt en interne klant verbeteren.

Verpleegeenheid EH52 – de orthopedie - kampte met een te hoge werkdruk. Daarom ging het team op zoek naar verspilling in de huidige organisatie van de dienst. Dit gaat over verspilling van ruimte, materialen, tijd en personen. Een aantal eenvoudige maatregelen werd ingevoerd, zoals het labelen van karren en materiaalkasten, zodat niet iedere schuif open moet om het juiste materiaal te vinden. Daarnaast werd de opname- en ontslag-checklist sterk ingekort en vereenvoudigd. Ook in de medicatiezone werden maatregelen getroffen om het selecteren van de juiste medicatie te vereenvoudigen en fouten tot een minimum te beperken. Verder werd een verbeterbord geïnstalleerd waarop alle dienstmedewerkers zelf verbeterpunten en mogelijke oplossingen kunnen suggereren. Zo kan iedereen meebouwen aan een efficiëntere werking van de dienst.

De algemene Lean-principes werden vertaald naar 5 pijlers voor het ziekenhuis

  1. Klantervaring verbeteren
  2. Verspilling vermijden
  3. Werk planbaar maken en rust op de werkvloer creëren
  4. Resultaten zichtbaar maken
  5. Grote problemen opsplitsen in kleine deelproblemen en continu verbeteren
X

Informatietechnologie

ICT wordt van in de gezondheidssector steeds meer een uiterst belangrijk instrument voor elke medische gebruiker. De dienst informatiesystemen streeft er daarom continu naar om een positieve impact te hebben op de efficiëntie, kwaliteit en informatievoorziening voor elke medewerker, door de introductie van intelligente systemen (zoals beslissingsondersteunende systemen, electronische ordersets, zorgpaden, ...) en door die aan te passen aan de noden van patiënt en zorgverstrekker.

De computer als efficiënte assistent

Wat als een slim computerprogramma artsen attent maakt op een aantal uit te voeren dagelijkse zorgtaken? Dat realiseerde IT in 2011 met de verdere introductie en uitbreiding van de Medical Organizer. En wat als verpleegkundigen zelf de uurroosters voor patiëntonderzoek kunnen beheren op de schermen op de diensten? Ook dat kreeg IT voor elkaar met de zogeheten dynamische schermen, die de mogelijkheid bieden om aanvragen van medische onderzoeken live op de dienst aan te passen.

In 2011 kreeg ons Klinisch WerkStation (KWS) van de Healthcare Information & Management Systems Society een ′stage 6′-label toegekend. HIMSS heeft een model ontwikkeld voor ITevaluatie binnen ziekenhuizen.

Dat bestaat uit 7 niveaus: van ′stage 0′ tem ′stage 7′. Ze stemmen overeen met de mate van automatisering binnen de ziekenhuizen. Er is een direct verband met de kwaliteit van de zorg. ′Stage 6′-ziekenhuizen hebben een quasi volledige ondersteuning van het elektronisch en het verpleegkundig medisch dossier, zowel op statisch als op dynamisch vlak en functioneren zowat papierloos. Met het ′Stage 6′-label is het UZ Brussel het enige ziekenhuis in België. Op Europees niveau zijn een aantal ziekenhuizen op stage 6 geaccrediteerd: Les Hôpitaux Universitaires de Genève, Universitätsklinikum Hamburg-Eppendorf, Badalona Serveis Assistencials (Barcelona).

Het KWS beheert de informatiestromen van de core processen van een ziekenhuis, namelijk die waarin de patiënt fysisch centraal staat en onderzocht, behandeld en verzorgd wordt door een bijenkorf van artsen (zowel binnen als buiten het ziekenhuis), verpleegkundigen, paramedici en technici. Enkel met een goede orchestratie is er rust te brengen in wat anders snel een heksenketel wordt. Het KWS brengt de partituur aan; de managers op elk niveau geven de maat aan; de mensen op de werkvloer spelen hun toegewezen notenrij. Uiteindelijk vertaalt zich dit in patiënten die sneller beter worden en zich meer geborgen weten als ze zich een volgende keer weer moeten aandienen.

De ICT-domeindeskundigen van het KWS leiden in nauwe samenwerking met een selectie uit de zovelen op de werkvloer, de informatiestromen in goede banen ondanks:

  • dat deze stromen notoir complex zijn door de natuur van de ziekten en het persoonlijke van de bejegening van elke zieke,
  • dat de budgetten voor ICT proportioneel ver beneden die in andere informatie-intensieve industrieën blijft,
  • dat de lokroep voor ICT-personeel in de ′for profit′ oorverdovend blijft, en
  • dat deze uitdaging is aangegaan met als economisch draagvlak een relatief klein universitair ziekenhuis.

Aan elk van deze uitdagingen heeft het KWS en de organisatie rond het KWS een antwoord geboden. En met succes, zowel op het gebied van het gebruik en penetratie in de organisatie, het effect op de kwaliteit van de zorg, het terugverdien-effect op basis van meetbare parameters, en het enthousiasme waarmee de toepassingen en deeltoepassingen worden aangewend.

X
Elektronisch Verpleegdossier optimaliseert informatie-uitwisseling

Een ander belangrijk IT-project is het Elektronisch Verpleegdossier (EVD). Het EVD werd in 2011 verder uitgerold op alle hospitalisatiediensten, de materniteit en de spoedgevallendienst. Het patiëntendossier moet de continuïteit van de beste zorg, en hierdoor de kwaliteit, garanderen. In het dossier staan de taken die verpleegkundigen moeten vervullen voor een patiënt. Zo kan in het dossier specifiek materiaal en medicatie ingevuld worden. Deze lijst kan online aangepast worden, waardoor goed gevolgd kan worden wat wanneer gedaan werd. Bovendien kunnen artsen vanuit het EMD (Elektronisch Medisch Dossier) het EVD inkijken en omgekeerd. Zo kan de status van een patiënt binnen een zorgafdeling gedeeld worden. Het EVD is departementsoverschrijdend. Cruciale patiënteninformatie blijft bij interne transfers telkens gevisualiseerd en er gaan dus geen belangrijke gegevens verloren. Dit is eerder uniek in de wereld van elektronische patiëntendossiers.

Omdat er door de digitalisering van het verpleegdossier geen tastbare dossiers meer zijn, werden de briefinglokalen van alle verpleegafdelingen uitgerust met een beamer, projectiescherm en draadloos toetsenbord. Zo is er meer transparantie, kan iedereen gemakkelijker volgen en is er maximale efficiëntie.

Elke verpleegeenheid heeft daarnaast meerdere mobiele computers waarop verpleegkundigen continu informatie kunnen delen. Dit garandeert juiste uitwisseling van informatie en zo kunnen rapporten ook interactief worden geraadpleegd.

En dan waren er ook nog in 2011:

  • de revisie van de labogids voor laboratoria en (huis)artsen,
  • het ontwikkelen van het chemodossier, dat vooral een volgblad kreeg waarin betrokken zorgverstrekkers de status van de patiënt altijd kunnen volgen,
  • het uitwerken in het kader van e-health van een patiëntenportaal waar diabetespatiënten of patiënten die een in-vitrofertilisatie behandeling ondergaan, terecht kunnen met vragen,
  • het bestuderen vanuit het e-Health project (Abrumet, de Brussels-Nationale samenwerking), hoe klinische gegevens met andere ziekenhuizen op een veilige en gecontroleerde manier virtueel gedeeld kunnen worden.
Elektronisch Verpleegdossier optimaliseert informatie-uitwisseling

Financieel

blijft het
ziekenhuis stabiel

X

De financiële resultaten in 2011

  2007 2008 2009 2010 2011
BALANS
Balanstotaal 329,6 339,3 368,1 370,4 396,3
Vaste activa 229,6 217,0 234,8 232,4 221,2
Vlottende activa 100,0 122,3 133,4 138,0 175,1
Eigen vermogen 192,7 178,0 185,9 186,8 188,0
Voorzieningen 9,6 11,5 17,5 20,4 43,2
Schulden 127,4 149,8 164,7 163,1 165,0
 
RESULTAAT
Bedrijfsopbrengsten 263,4 296,4 325,5 337,1 352,9
Bedrijfskosten 263,9 292,5 323,0 331,6 349,4
Bedrijfsresultaat -0,5 3,8 2,5 5,5 3,5
Bedrijfsresultaat / Bedrijfsopbrengsten -0,2% +1,3% +0,8% +1,6% +1,0%
Financiële opbrengsten 8,0 3,4 3,3 3,5 6,6
Financiële kosten 1,3 4,7 3,1 2,7 4,1
Financieel resultaat 6,7 -1,3 0,2 0,8 2,5
Resultaat 6,2 2,6 2,7 6,3 6,0
Uitzonderlijke opbrengsten 1,3 2,9 6,8 2,7 29,3
Uitzonderlijke kosten 1,3 19,4 3,1 6,1 32,5
Uitzonderlijk resultaat 0,0 -16,5 3,7 -3,5 -3,2
Resultaat van het boekjaar 6,2 -14,0 6,5 2,9 2,8
Cashflow 23,0 23,4 28,1 27,5 30,3
 
INVESTERINGEN
Totaal 27,4 32,2 33,3 21,2 25,2
Medisch 7,5 11,4 13,2 5,9 10,2
Niet-medisch 0,8 1,5 1,9 0,8 0,9
Informatica 3,0 3,8 3,1 4,0 3,3
Groot onderhoud 7,8 7,5 9,4 6,1 6,8
Gebouwen 8,2 8,0 5,8 4,4 4,0

Aan de basis bleef de financiële situatie van het UZ Brussel in 2011 stabiel, net zoals het jaar ervoor. Dat blijft opvallend in een maatschappij die getergd wordt door de ene na de andere financiële crisis. Het ziekenhuis sloot 2011 af met een winst van 2,7 miljoen euro. Dat is 200.000 euro meer dan in 2010.

Het bedrijfsresultaat bedroeg in 2011 3,5 miljoen euro of 1 % van de bedrijfsopbrengsten. Dit is een achteruitgang tegenover vorig jaar, toen het resultaat nog 5,5 miljoen euro bedroeg.

De totale opbrengsten stegen met 4,7 % en bereikten een bedrag van 352,9 miljoen euro, ten opzichte van de 337,1 miljoen euro van 2010. In 2011 werd ook een cashflow bevestigd van 30,2 miljoen euro, tegenover een investeringsuitgave van 25,2 miljoen euro.

Omdat het financieel beleid voorzichtig blijft, heeft het ziekenhuis zijn reserves kunnen uitbreiden met bijna 3 miljoen euro, wat een totaal geeft van 174,4 miljoen euro.

Verstandig investeren

In tegenstelling tot het jaar ervoor, stijgen de investeringen in 2011 opnieuw met 18,9 %, of van 21,2 naar 25,2 miljoen euro. Het grootste deel daarvan gaat opnieuw naar ′medische investeringen′ (40,5 %), gevolgd door ′groot onderhoud′ (26,9 %) en ′gebouwen′ (15,7 %).

Fondsenwerving

Gezien de grote druk op de beschikbare financiële middelen, werd in 2011 een belangrijke stap gezet in een meer professionele aanpak van de fondsenwerving door het sluiten van een overeenkomst met de gespecialiseerde fondsenwervers van Emolife.

En tussendoor...

De
toekomst

Afspelen

de wereld brandt
een kaars

X

De toekomst voorspellen kan niemand. Wèlke richting de maatschappij, de overheid, de economische crisis, de wereld zal uitgaan, weet evenmin geen mens. Wat we wel weten, is wie en wat we zijn, waar we voor staan en waar we het verschil maken, en hoe we de onzekerheden van de toekomst het best van antwoord kunnen dienen.

2012 zal het jaar zijn waarin we nieuwe bakens uitzetten. Vertrekkend van onze eigenheid en onze kwaliteiten, en die van onze Faculteit, maken we plannen voor de duurzame verankering en evolutie van het Universitair Ziekenhuis.

Het UZ Brussel staat voor een duidelijke missie, visie, en waarden. Het aanbieden van hoogkwalitatieve en tegelijk toegankelijke zorg, van gedegen medische en paramedische opleiding, en van innovatief wetenschappelijk onderzoek. Eenheid vinden we in onze unieke mix van regionale specialistische zorg en dienstverlening. En ook in topreferente diensten met internationale uitstraling. En zelfs in onze unieke positie als Nederlandstalig ziekenhuis in het Vlaamse, Brusselse, Belgische en Internationale Brussel. Maar vooral in onze cultuur, de erfenis van het vrijzinnig gedachtegoed van onze Alma Mater, de Vrije Universiteit Brussel: actief humanisme, pluralisme, respect en tolerantie.

Hiervan vertrekkend zal u in 2012 de aanhef zien van een nieuw strategisch plan, de realisatie van het Universitair Medisch Centrum (de verdiepte strategische en operationele samenwerking tussen ziekenhuis en faculteit Geneeskunde en Farmacie) en Campus; verdere uitrol van (ver)nieuwbouw; het aanpassen van onze interne werking en organisatie; het krachtig en formeel uitrollen van een kwaliteitscultuur; de uitbouw van regionale, nationale en internationale netwerking in zorg en academische activiteiten; het stimuleren van valorisatie en andere alternatieve financieringsbronnen. Het zijn enkele van de ′grote′ strategische lijnen.

Eén en ander zal ongetwijfeld opnieuw leiden tot grote en vele kleine concrete realisaties, die in het jaarverslag 2012 zullen verschijnen. Ze zullen het ′globale′ resultaat van het ziekenhuis bepalen en zullen opnieuw door onze mensen zijn gerealiseerd!

En net dat laatste stemt ons optimistisch, méér nog dan de ′morele plicht′ van Karl Popper.

Wij kijken samen met u uit naar de toekomst.

Respect

Missie, visie
en waarden

X

In het Universitair Ziekenhuis Brussel komt de patiënt altijd op de eerste plaats. Met respect voor hem als mens, ongeacht zijn afkomst, taal, sociale status of filosofische overtuiging en met respect voor zijn recht op zelfbeschikking.

Toegankelijke basisgeneeskunde en spitstechnologie van de hoogste kwaliteit

Het Universitair Ziekenhuis Brussel streeft op regionaal, nationaal en internationaal vlak naar een totaalpakket aan erkende gezondheidsdiensten van de hoogste kwaliteit dat zowel basisgeneeskundige zorg als spitstechnologie omvat en toegankelijk is voor iedereen.

Onderwijs en vrij onderzoek

Als universitair ziekenhuis oefent het Universitair Ziekenhuis Brussel een onderwijsopdracht uit en organiseert het wetenschappelijk onderzoek. Het onderschrijft de basiswaarden van de Vrije Universiteit Brussel, waarvan het deel uitmaakt: het principe van ′vrij onderzoek′ en het principe van de ′democratische besluitvorming′. Het ziekenhuis werkt nauw samen met de faculteit Geneeskunde en Farmacie en met andere faculteiten.

Nederlandstalig, open, gedreven, innovatief, onafhankelijk

Het Nederlandstalig Universitair Ziekenhuis Brussel wil een gedreven en innovatieve werkgemeenschap zijn die vertrekt van een open humanistische ethiek en van actief pluralisme. Het respecteert het welzijn van de medewerkers binnen een onafhankelijke en financieel gezonde organisatie.

En tussendoor...

Raad van bestuur 2011

Voorzitter - B. Van Camp

Gewone leden

Rector van de Vrije Universiteit Brussel - P. De Knop

Voorzitter van de Vrije Universiteit Brussel - E. Van Gelder

Vertegenwoordigers aangeduid door de Raad Van Bestuur - Vrij Universiteit Brussel

  • B. Van Camp
  • J. Branson
  • J. Aelbrecht
  • A. Dupont
  • H. Kartounian
  • S. Pauwels

Artsen aangeduid door de Medische Raad

  • D. Urbain
  • J. De Mey
  • A. Deconinck
  • M. Camus
  • G. Verfaillie

Niet-artsen aangeduid door de werknemersafvaardiging van de ondernemingsraad
M. De Rudder
M. Van Humbeek

Gecoöpteerde leden

  • E. Derycke
  • W. Soetens
  • S. Gatz

Uitgenodigd met raadgevende stem

  • Gedelegeerd bestuurder – M. Noppen
  • Algemeen beheerder – J. Beeckmans
  • Voorzitter Medische Raad – L. Huygens
  • Algemeen directeur Vrije Universiteit Brussel – J. Van Leemput
  • Financieel beheerder Vrije Universiteit Brussel – N. Van Craen
  • Voorzitter R.I.V.O.K. – L. Van Gerwen

Uitgenodigde raadgevers ter ondersteuning van het beleid

  • G. Peeters
  • V. Anciaux

Secretaris van de Raad

  • H. Haegeman

Directiecomité

Gedelegeerd bestuurder
Marc Noppen

Algemeen beheerder
Jan Beeckmans

Hoofdgeneesheer
Jan Schots

Medisch directeur
Laurette Steenssens

Directeur IT
Rudi Van de Velde

Directeur human resources en communicatie
Raf Vandenbussche

Directeur departement verpleeg- en vroedkunde
Ria Vanschoenwinkel

UZ Brussel

Campus Jette Laarbeeklaan 101 1090 Jette

www.uzbrussel.be

Nuttige telefoonnummers
van het UZ Brussel

  • Algemeen telefoonnummer: 02 477 41 11
  • Algemeen faxnummer: 02 477 77 80
  • Noodopname: 02 477 51 00
  • UZ Brussel Kinderen opname: 02 477 87 78
  • Dienst Human Resources: 02 477 55 72
  • Communicatiedienst: 02 477 80 80

Bezoek ook

Geneeskunde studeren?

Ga naar http://www.geneeskundestuderen.info

Zoekt u werk?

Het UZ Brussel is steeds op zoek naar nieuwe medewerkers, zoals verpleegkundigen, laboranten, onderhoudspersoneel en IT-specialisten.

Interesse?

Contacteer meteen de personeelsdienst van het ziekenhuis of surf naar www.werkeninhetuzbrussel.be

 
 

Warme werkgever

Top employers 2012

De wetenschap staat niet stil.

Wij proberen u elke dag opnieuw te omringen met de beste zorgen en de nieuwste technieken, want u bent het waard!

Maar u kunt ons helpen: www.vriendvoorhetleven.be

Dit jaarverslag is een realisatie van
de dienst communicatie van het UZ Brussel:
communicatie@uzbrussel.be

Reageren op dit jaarverslag?

Redactionele coördinatie en redactie:
Edgard Eeckman en Eva De Vriese

Volgende personen leverden een redactionele bijdrage aan dit jaarverslag:
Melissa Buelens, Paul Ceulemans, Marc De Beukeleer, Petra Jacobs, Marc Noppen, Ben Van Camp

De foto's zijn o.m. van Jerry De Brie, Edgard Eeckman en Lander Loeckx

Design en development is van www.megaluna.be

 
Top
Inhoud

UZ Brussel

Helaas, de minimum resolutie is 1024x768 pixels.

U kan het jaarverslag wel lezen in pdf-formaat.

UZ Brussel

Even geduld aub...